| Het plasje in de wei. |
| Een harde les |
| De zon schijnt volop wanneer ik mij installeer, het is een prachtige heldere dag. De lucht kleurt al rood wanneer een slanke schubkarper zich geruisloos laat zien. Een aantal meters dieper ligt mijn aas. Ik bespeur enige hoop, maar dat gevoel verdwijnt net als de kleur van de lucht. Van dieprood naar vaal blauw, om vervolgens over te gaan in een oneindig zwart. In mijn warme slaapzak kijk ik uit over het water waar ik de afgelopen twee jaar heel wat uurtjes heb doorgebracht. |

“wat zou er zwemmen...“ |
De karpers zwommen in relatieve rust hun dagelijkse rondjes, totdat er een stel karpers werden overgebracht die elders te vaak werden gevangen. Ook al is dit wellicht met de beste bedoelingen gebeurd, zulke overplaatsingen blijven onverantwoord en verdienen de grootste afkeuring. De overgezette karpers maakten in hun nieuwe omgeving een ongekende groei mee. Vissen van rond de tien kilo, kwamen in enkele maanden vele ponden aan. Gewend te vechten voor hun voedsel in de overbezette wateren waar ze vandaan kwamen, vraten ze alles wat er maar voor de bek kwam. Zetten deze nieuwe vissen de originele vissen aan tot het eten van boilies? In ieder geval werden de originele vissen een stuk makkelijker vangbaar en dat bleef niet onopgemerkt voor ons. Het klonk haast te mooi om waar te zijn.
Edwin en ik nemen een kijkje op het water. We zijn nog niet zo lang aan het varen wanneer we worden teruggefloten naar de kant. Dat overkomt ons ook overal… Het was wel terecht, want er mag geen boot worden gebruikt, maar het is wel wrang wanneer je weet dat er in het voorgaande jaar regelmatig met boten werd gevist. De eerstvolgende sessie gebruiken we toch een boot bij het vissen, maar voor de goede vrede besluiten we er verder geen gebruik meer van te maken. Uiteindelijk bleek dit funest voor onze vangsten, maar dat is achteraf gezien.
Gedurende de zomer vissen we bijna iedere woensdagnacht. Beiden hebben we een ander water waar we liever meer tijd in steken, toch vissen we een keer in de week een korte sessie. Edwin heeft al snel de lange dertiger te pakken, een van de nieuwe vissen. Na de aanbeet verdween Edwin tussen het riet, om pas een half uur later terug te keren. De vis was uitgegroeid tot een sterke lange vis en had voor een spectaculaire dril gezorgd. |

“Edwin van Eck met de lange schub...“ |
De daaropvolgende weken staan in het teken van de paai. Op een ochtend worden we wakker van het paaigeweld. Jammer genoeg was er geen tijd om te kijken, want het was weer een gewone doordeweekse dag. Doordat we maar eens in de week bij het water waren, hadden we er geen idee van dat de vis aan paaien dacht. Dat was weer een tekenend voorbeeld waaruit blijkt hoe belangrijk het is om veel aan het water te zijn.
Uiteindelijk weet ik ook een vis te vangen, tijdens het inpakken op een donderdagmorgen. Het wordt stilaan duidelijk dat het domweg uren maken niet de beste methode is. Een weekeind neerploffen en op die manier uren maken zou waarschijnlijk efficiënter zijn, maar daar heb ik het geduld niet voor. We houden het voor gezien, andere wateren roepen en een Frankrijktrip ligt in het vooruitzicht. Dat najaar zijn er anderen die in de prijzen vallen, zij begrijpen het wel. Zou het gewoon een kwestie zijn van het water in de juiste periode bevissen? Je moet nu eenmaal keuzes maken en andere wateren beviste ik liever in het najaar. |

“eerste vis Jeroen...“ |
Het voorjaar van 2005 brak aan. Edwin had al een mooie vis gevangen en viste elders. Vorig jaar was er al aardig gevangen toen wij begonnen. Daar boven op komt het gegeven dat de vis al tegen de paai aan zat. Dit voorjaar was ik dus al vroeg aan het water om een beginnetje te maken. Ik had geloof ik twee keer gevist toen ik wat kwam voeren. Het werd een sombere avond. Tot mijn schrik ligt er een dode spiegelkarper. Balen natuurlijk, maar er gaan ieder jaar wel wat vissen dood. Verderop ligt nog een dode vis, een schub. Ik wordt er misselijk van en berg mijn zakje boilies weer op in de auto. Tussen het riet zie ik een brede rug, veel te laat besef ik dat ook deze vis dood is. Hij ligt nog rechtop… De grootste spiegel van het water ligt even later op de kant. Getekend door eerdere vangsten, overgezet, explosief gegroeid en dood.
Op zo'n moment gaat er van alles door je hoofd. De absurde groei die de vissen doormaakten en hoe dat er toe leidde dat er nog wat meer vissen bij zijn gezet. Helaas niet allemaal zo als het hoort. Enkele vissen zijn wel in overleg met de vereniging via de kweker verkregen, maar het was al te laat. Was het verkeerd van mij om overgezette vissen te willen vangen? Dan kun je nergens meer vissen! In de daaropvolgende weken werden nog meer zieke vissen gesignaleerd en dode vissen gevonden. Omdat de oorzaak van de sterfte niet duidelijk werd, was het voorlopig niet toegestaan om er te vissen. Mijn net en weegspullen heb ik goed laten drogen voordat ik ergens anders ging vissen. Wel het minste wat ik kon doen. |

“een van de kleinere vissen...“ |
Een paar maanden later ga ik weer eens kijken. Een paar keer zie ik een kolk, maar telkens komt er een meerkoet of een fuut boven. Wanneer ik een volgende keer langer blijf (en voor de vorm een paar hengels uit werp) zie ik een karper draaien. Er leeft in ieder geval nog een vis, misschien wel meer. Ik geef het water nog een kans. Het is haast niet te doen om overdag te vissen, vanwege de meerkoeten. Om ze 'uit te schakelen' gebruik ik green lipped mussel boilies van 22 mm. Het haalt niks uit, ze zijn te massaal aanwezig en hoe meer ik voer, des te kleiner wordt de kans dat de karpers het weg krijgen. De nachten zijn kort in de zomer en het aantal uren dat ik effectief aan het vissen ben is niet echt overweldigend. Inmiddels ben ik weer aanbeland in de onproductieve zomermaanden. Daarbij komt dat het water barst van het natuurlijk voedsel en de boilievissen er niet meer zwemmen. Daar was ik mij op dat moment niet bewust van.
Wegens logistieke problemen (mijn auto was rijp voor de sloop) kon ik pas eind september weer een poging wagen. De ideale periode zou je zeggen. Echter, voor zover ik weet zijn er geen karpers meer gevangen sinds de sterfte. Zouden de originele vissen die er nog zwemmen weer volledig zijn teruggevallen op hun oude eetpatroon? Ik blijf hardnekkig volhouden met de gedachte dat de vissen vroeg of laat de boilies zullen eten.
Op een avond ben ik tot laat aan het leren voor tentamens. Ik heb te veel koffie op en hang nog wat voor de tv, het aanbod is weer treurig na middernacht. Ik ga wat rommelen met mijn visspullen en kom een emmertje met grondvoer tegen. De reactie van mijn karpertjes op dit voer is zodanig dat ik er wel iets mee moet doen. |

“gave schub, eind oktober...“ |
Om een uur of drie in de nacht leg ik mijn hengels uit. De vissen zijn actief, er rolt wat zeelt en er springt een karper. Beide hengels vis ik met een pva zakje gevuld met method mix en aangemaakt met Red, Shrimp and Garlic liquid. Om de haakboilie kneed ik een laagje deeg. Ik gooi dus in. Op mijn linkerhengel kreeg ik regelmatig piepjes van lijnzwemmers. Met het eerste licht duurden de piepjes wat langer en gingen over in een run. Een schubkarper die zich flink had volgegeten met slakjes had zich vergist. Het overweldigende aanbod van natuurlijk voedsel was een mogelijke oorzaak van de vele blanks. Mijn mat lag vol met schalen. Daarnaast moet je niet vergeten dat er maar een handjevol vissen zwemt. Wat verder opviel, was dat die dag (inmiddels eind oktober) de vissen op andere wateren ook 'los' waren. Een warme periode breekt aan en alles ligt daarna weer op zijn gat.
Het voorjaar lijkt wel aangebroken en de natuur is duidelijk van slag. Ik ben getuige van een spectaculaire vechtpartij tussen een paar zwanen. Vogels bouwen aan hun nesten en alles lijkt actief te zijn. Behalve de karpers, die liggen net onder het oppervlak te genieten van de laatste zonnestralen. Ik kan maar geen vat krijgen op het water, daarom neem ik de volgende keer weer de boot mee. Juist in het gedeelte waar we die eerste keer met peilen niet aan toe waren gekomen vind ik een bodemverloop. Dit was mij al die tijd niet opgevallen. Hernieuwd inzicht in de zwemroutes en ligplaatsen van de vissen gaf een verklaring voor het uitblijven van piepjes op de rechterhengel tijdens de laatste sessie. |

“zo wil ik ze best vangen...“ |
De volgende sessies vis ik wat dieper. Hierdoor had ik minder last van meerkoeten, maar ik vang nog wel twee duikeenden welke met gemak naar dieptes van acht meter duiken. Erg frustrerend wanneer je wee dat de vis bovenin zit. Op een ochtend krijg ik een paar piepen, wanneer ik opkijk zie ik een ijsvogel die mijn hengel gebruikt als rustplaats. Hij vloog pas op toen ik naar mijn camera reikte...
De eerstvolgende weersomslag ben ik weer present. Het waait behoorlijk en mijn kansen zie ik met de minuut toenemen. Aan een hengel gebruik ik harde maïs als aas. Met moeite kon ik een paar balletjes methodmix waar ik sweetcorn door had gemengd op de stek schieten. Een uurtje later krijg ik een run, na de aanslag is het meteen duidelijk dat het om brasem gaat. Alleen het gaat wat trager, ik krijg de vis niet zo een, twee, drie omhoog. Met twaalf pond is het een serieuze brasem. Deze nacht is de laatste kans op een karper geweest zo zou blijken. Op andere wateren zijn dat weekeind namelijk interessante vangsten geboekt. |

“ijs op de mat...“ |
| |
Ganzen vliegen op en een horde meerkoeten laat hun ongenoegen blijken als ik de volgende ochtend uit een diepe slaap ontwaak. Ik stap voorzichtig in het water en zie dat een pluk wier mijn lijn heeft gevonden. De wakers hangen onbewogen, er is geen wind. Na de heldere nacht zit mijn net voor het eerst vastgevroren aan de vergeefs uitgerolde mat. Het is duidelijk, ik geef mij gewonnen en trek de steunen uit de grond.
Jeroen Houdijk. |
| |
|