eeeeee


Chris Noorlander.

Omzwervingen aan een Franse rivier - deel 2
Als een gigantisch gordijn van rook hangt een dik wolkendek in de vallei waar Bob en ik vanuit de auto zicht op hebben. ALS dat wolken zijn, dan hebben we het goed getroffen met het weer. Als het een bosbrand is, hebben we wat amusement onderweg. Het rijden richting het beloofde land begint na een uur of vier aardig te irriteren. Liefst wil je zo snel mogelijk het voer in de rivier kwakken, en grondig denkwerk verrichten ter plaatse. We stoppen. Tijd voor een bak koffie. Hopelijk de laatste voor ons eindpunt. In een compleet verlaten benzinestation ergens op "aire de nogwat" word er wat geboomt over de stroming. De afgelopen twee keer -ook in september- stond het rivierwater nagenoeg stil. In de week welke ik in Nederland was, heeft het toch wel grondig geregend. Zouden we nu dan eens geluk hebben? Zou de rivier stromen als een beest? Zou de rivier enorme massa's wier met zich meebrengen -Hét startschot voor karpers om aan het najaarsdiner te beginnen- ? We halen beiden nog eens stevig de neus op. Er zit een twee-persoons-verkoudheid aan te komen.Dit zou voor mij de laatste keer zijn voorlopig. Volgend jaar wil ik nieuwe visgronden gaan ontdekken, en grotere karpers opzoeken. De rivier kan me echter nauwelijks loslaten. Ik blijf mezelf toemompelen dat het mijn eigen keus is, en dat het verdorie na drie jaar op dezelfde rivier echt eens tijd word voor iets anders. Ik ken het gebied, ik ken wat mensen, ik ken de wateren, en ik ken de karpers. Het lijkt mijn tweede woonplaats geworden. De laatste twee uur van de rit brengt ons naar de eerste stek waar we sowieso een nacht willen gaan vissen. Het rivierwater staat -zoals het hele najaar al- bijna stil. Helaas. Twee oudere Engelsmannen met zonneklep en thee zitten er op het dooie akkertje te karperen. En ze blijven zeker nog twee dagen zitten. We besluiten twee stekken stroomafwaards te bevoeren, en één stek op een stuwstuk hogerop. Zeven kilo cranberry-shellfish boilies en een halve tennisarm later brengt de auto ons naar het eindpunt voor vandaag; Weer een ander stuwstuk. Een stuk water met veel maar vooral zeer mooi beschubde spiegels. Een stuk water waar we instant niet al te veel toeren overhoop hoeven halen om in één nacht wat van die mooie spiegels te bewonderen.
Een euro-muntstuk word tevoorschijn gehaald. Bob heeft geluk. Als het kop is gaat hij stroomafwaards, en het is kop. Waarempel een uurtje na het ingooien van de hengels mag ik de eerste -zeer fraai beschubde- spiegel voor Bob uit het water tillen. Zouden we dan toch nog met de neus in boter gaan vallen deze keer?


Waarempel een uurtje na het ingooien van de hengels mag ik de eerste -zeer fraai beschubde- spiegel voor Bob uit het water tillen…

Met grote dank aan zowel Roger Feijen en Bart van der Hurk zitten we wat later aan een wok met inhoud te lurken. Natuurlijk is er ook koffie. In de donkere uurtjes word het verloop van de sessie bepraat. Op het moment zijn er drie voerstekken "op scherp". De stek waar nu de Engelsen zitten echter, zou nog een optie kunnen zijn, mits ze op tijd verkassen. De Engelsen zijn niet zuinig met de maïs, en op den duur zou dat kilo's vis moeten gaan aantrekken. Het feit echter dat deze mannen meteen bij aankomst voeren, en de hengels op de stek hebben gelegd, zou kunnen beteken dat ze niets, of hooguit enkele scharrels vangen. Het verschil tussen een voorgevoerde stek enkele nachten zonder rigs, zonder lijnen en dus zonder een enkele aanbeet en een instant beviste voerplek, is op deze rivier levensgroot. Als wij nog één nacht zouden kunnen voeren, zonder te vissen, op de met maïs bestrooide stek, dan zou het die nacht wel eens hard kunnen gaan lopen. Voorlopig hebben we opties genoeg. En tijdens onze moeilijke gesprekken, over hoe we in godsnaam een paar karpers moeten gaan vangen de komende dagen…vangt Bob even heel simpel een prachtige bijna-rijenkarper van 24 pond. Alsof we ons nergens druk over hoeven te gaan maken deze sessie! De slaapzakken worden opgezocht. De karper van Bob zou de laatste karper die nacht zijn.


De karper van Bob zou de laatste karper die nacht zijn…

De verkoudheid begint toe te slaan. Zowel bij Bob als bij mij. Er word een paardenmiddel in de vorm van aspirine uit mijn tas getoverd -ooit eens eerder gekocht in Frankrijk- en er word gehoopt dat het paardenmiddel gaat werken. Snotterend en hoestend stappen we beiden in de auto. Nu kan ik -wanneer ik een aantal dagen in Frankrijk vertoef- een behoorlijke goorlap zijn wat betreft eigen frisheid, en half schoonmaken van koffiebekers en eetgereedschap, maar wat we bij de twee Engelsen aantroffen sloeg toch werkelijk alles. Een koffiemok met daarin de resten koffie van de afgelopen tien jaar en vlees wat al begon te stinken en daarom even snel half gebakken is. We krijgen een knoestige handdruk van de oudste -alweer zestig jaar- en even later zitten we in een interessant Engels / Nederlands onderonsje. Er worden moppen getapt. Engelse humor. Humor welke je beslist in het Engels moet aanhoren, omdat het in het Nederlands simpelweg geen humor is. "Do you want some food to go with that?" Vraagt de oudste, wanneer ik noodles in de pan heb liggen. "Toch zeker niet dat vlees" denk ik stilletjes. Informatie over het gebied word uitgewisseld. Ik bedenk me dat het geen zin heeft om het aan te horen. Dit zou de laatste keer zijn. Meteen weer die gemengde gevoelens.Na de bakker en de Champion worden twee stekken bevoerd, en rijden we -nog steeds snotterend en hoestend- richting de tweede aangevoerde stek. Een stek waar ik nog nooit een karper heb mogen vangen. Of het nu pech is, of iets bovennatuurlijks tussen mij en de stek weet ik niet. Ik weet wél dat het toch gewoon één van de betere stekken is. De laatste tijd heb ik het ding een beetje links laten liggen. Het zou toch nooit kunnen boteren tussen mij en die verdomde stek.
Nu echter is het anders. Het is voor mij voorlopig toch de laatste keer in het gebied…en nu moest het er maar van komen! Op de valreep een karper van een stek zonder toekomst met mij. Eerlijkheidshalve moet ik erbij vermelden dat bovenstaande "plan 2" is. Als de Engelsen niet op de "bomenstek" zouden hebben gezeten, dan hadden we daar een voerstek aan de gang gebracht.
De munt valt positief voor mij. Ik zit stroomafwaarts, en automatisch ook aan de kant met de meeste features. Handig, die muntstukken met twee koppen. Met denkbeeldig gebalde vuisten richting het water, worden de hengels op superscherp gezet. Vannacht gaat het me dan toch lukken! Tijdens een innig onderonsje tussen mij en de stek word ik wreed uit mijn gedachten geroepen door een run, en een schreeuw: "Kepperéén!". Bob! Hij weer! Nu al! Een venijnig naar rechts accelereerde karper en een in het water liggende tak resulteren eventjes later in een losschieter en een ontdane Bob. De vis moest van de tak weggehouden worden, waardoor de druk wellicht net wat te hoog is opgevoerd. Hoestend loop ik terug naar mijn stek om maar weer eens een bak koffie in orde te maken.
Een aantal uur later is ook Bob's tweede losschieter een feit! Bob begint ervan te balen.In het holst van de nacht moet ik tijdens een aanbeet in een diepe slaap zijn geweest. Enkele slopende dagen en de enorme verkoudheid moeten daar voor heel wat bij hebben gezeten. Ik word pas wakker met mijn kaplaarzen aan in het water, en een kromme hengel in de hand. Voor de eerste keer op deze stek sta ik met een karper te stoeien! Tergend langzaam word de vis uit de -hier smalle- vaargeul getrokken. Ik voel de massieve weerstand van een wat grotere karper. Net over de rand van de ondiepe oever naar het diepere water begint het aan wat heen en weer zwemmen. De kaplaarzen lopen vol. Het schepnet word in het water gelegd. Ik wil nooit karpers verspelen, maar deze karper MOET gewoon op de kant. Na zoveel pech op deze stek mag er -wanneer het moment van een aanbeet dan toch is aangebroken- helemaal niets meer mis gaan. Ik stap nog iets verder het water in. De kaplaarzen staan blank. Maakt niet uit. Een diepe trage kolk verraad een grote karper. Normaal probeer ik meteen de vis op zijn/haar kant te krijgen na een eerste kolk. Nu niet. Hij mag nog even zwemmen…geen risico's. Na een tweede kolk capituleert de karper, komt happend richting het landingsnet, en geeft zich over. Eindelijk! Nieuwsgierig kijk ik in het net, en ik zie een bulk schubkarper liggen. De laatste keer voorlopig in dit gebied, en de laatste keer voorlopig op deze stek worden beloond. Het gevoel van "moeten" en "laatste kans voorlopig hier" valt volledig van me af, en stroomt langzaam weg met rivier. Bob word wreed uit zijn slaap geroepen om het net met inhoud de -anderhalve meter hoge- kant op te sleuren. Na bekijken en wegen gaat de karper voor eventjes in de zak. Met een tevreden gevoel duik ik -hoestend- terug de slaapzak in. Een grote en geweldig mooie schubkarper mag de volgende morgen in het eerste daglicht even poseren.


Een grote en geweldig mooie schubkarper mag de volgende morgen in het eerste daglicht even poseren…

Beiden hangen we wat rond op de stretchers als het inmiddels tegen tien uur aan loopt. We willen niet opruimen. We voelen ons simpelweg te grieperig om over te gaan op actie. Half genietend van de natuur loopt de rest van de ochtend in rap tempo voorbij. Er word veel koffie gedronken, enkele Franse aspirines geslikt, en goed gegeten. Rond de middag gaan dan toch eindelijk -tergend langzaam- de spullen in de auto. De Engelsen worden even aangedaan, en de voerstek voor de laatste nacht word voorzien van cranberry-shellfish balletjes. Het rivierwater staat stil. Geen afdrijvend wier, weinig tekenen van vis. Ook dit zou -gezien het aantal aanbeten- een slechte sessie worden. De druk is echter van de ketel omdat we beiden inmiddels een schitterende karper hebben gevangen. Ik vind het goed zo. Vooraf had ik eigenlijk niet durven hopen dat ik de laatste sessie voorlopig nog een bonuskarper zou vangen. De twee laatste nachten worden met een voldaan gevoel doorbracht. We proberen zo goed mogelijk te vissen -altijd- maar ik vind de sessie toch al geslaagd. Op een gekkenhuis met veel runs hoeven we -gezien de slechte omstandigheden- niet meer te rekenen. De stek van de derde nacht is al een jaar redelijk doodgebloed. Omdat er inmiddels toch alweer een tijdje niet op is gevist hebben we de eerste dag besloten hier toch weer een voerstek op te zetten. Het resultaat van de derde nacht is zoals het hele afgelopen jaar eigenlijk al: één klein scharrelschubje, welke toevallig op dat moment en op die plek in de buurt was. Dat betekent wél dat we beiden twee karpers hebben. Bob een kleine spiegel en een grote spiegel, ik een kleine schub en een grote schub. Bovendien hebben we beiden keelpijn. Dat gaat lekker gelijk op, nietwaar? Mijn laatste dag in het dorp word slenterend van apotheek (voor keelsnoepjes en neusspray) naar bakker gedaan. Ik zal het dorp missen voorlopig. De aardige vrouw in de bakker. De in karpervissen geïnteresseerde barman van het terras, en de jolige nonchalante vergunningenboer. Onderweg naar de laatste stek word de carrefour aangedaan om wat spullen te kopen voor een alles-verpletterende-heerlijke wokmaaltijd. Notabene de laatste avond en nacht beginnen we beiden redelijk op te knappen. Eindelijk hebben we weer een lange avond achter de hengels, discussierend over alles wat met karpervissen te maken heeft. De stek waar we nu zitten staat meestal garant aan weinig aanbeten, maar gemiddeld grote karpers. Min of meer een "alles-of-niets-stek". Bob en ik hadden niets dit keer. Geen springende karper, geen aanbeten en ook bijzonder weinig witvis. Wanneer de eerste zonnestralen de paraplu in schijnen begin ik een krop in mijn keel te krijgen. We moeten terug naar Nederland, en dit zou voorlopig het laatste moment zijn hier. Het water is zo mooi met de damp en de zonsopkomst.
Honderden vogels fluiten. Een pan water op het vuur. Ik wil niet weg van hier. Eigenlijk nooit.
Toch weer die gemengde gevoelens. Hoog tijd voor iets anders enerzijds en de aantrekkingskracht van de rivier anderzijds. Ik heb er zin in volgend jaar.
Een voor mij nieuw water. Alle mysteriën opnieuw uitzoeken.
Toch wil ik eigenlijk niet weg. Alle spullen gaan de auto in, en bij wijze van afscheid zit ik naast Bob nog even aan het water. Bedankt rivier, voor alle hoogtepunten van de afgelopen jaren.


Het water is zo mooi met de damp en de zonsopkomst…
Onderweg op het karrenpad worden we gestremd door een midden op het pad lopend roofvogeltje. Normaal zou het beest de struiken in schieten als er een auto achter de kont zit.
Deze blijft demonstrerend en bijna tegen het lompe aan in slakkengang op het midden van het pad wandelen. Een teken dat ik nog een jaar moet doorvissen hier? Zou deze vogel weten dat de rivier volgend jaar een verrassing voor me in petto heeft? Is de theorie van Gaja waar?


Ik zou het niet te weten komen. Mijn besluit staat vast. Ik stap de auto uit, en ik zet het roofvogeltje -welke zich zeer gewillig en compleet onverwacht in mijn handen laat nemen- in de struiken ergens achter de auto. Het pad is weer vrij voor nieuwe visgronden.
Onderweg over het pad worden de voor mij vertrouwde brugstek en de bomenstek uitgewuifd.
Misschien tot over twee jaar!
Chris Noorlander.