Cassien. |
Dit jaar ben ik twee keer naar Cassien geweest met Edwin. Tijdens de laatste trip viste ik voor het eerst met Ocean Fresh boilies. Gedurende deze sessie kregen we bijna drie keer zoveel aanbeten als in april. Natuurlijk waren er andere omstandigheden, maar ten opzichte van de ander vissers waren de resultaten nog steeds opvallend te noemen. Naast goede boilies zijn er tal van andere zaken waar je rekening mee moet houden voor een succesvolle visvakantie op Cassien. Zoals een goede voorbereiding en een nuchtere instelling. De voorjaarstrip kwam onverwachts voor mij en daarom duurde de voorbereiding niet langer dan drie dagen, veel te kort, maar ik was er al een keer eerder geweest dus ik wist een beetje wat ik kon verwachten.
Het was de week voor Pasen toen ik bij de brug aankwam met Edwin. Het vroor. Het waterpeil was bijna vier meter lager dan de vorige keer, twee jaar terug, en het plateau bij de derde peiler stond nog maar net onder water. Een paar maanden eerder stonden daar zelfs tenten. Onderaan de rotsblokken was een strook van een paar meter breed vrijgekomen, wat stond het peil laag zeg! Een verzonken autowrak lag aan de rechterkant aan weer en wind blootgesteld. Al met al een troosteloze aanblik.
|
Vergunningen.
Bij 'Gerard' maakten we de boten gereed voor vertrek. Het is op Cassien maar op een paar plaatsen mogelijk om met de auto langs het water te komen dus een boot is het aangewezen vervoermiddel om op een stek te komen. Het is mogelijk om boten te huren, maar bij grote drukte bestaat de kans dat je met lege handen staat. Het is een wonder dat er niet met regelmaat ongelukken gebeuren als je ziet hoe sommigen in speelgoedbootjes het water op gaan met hun complete uitrusting .Een goede boot is noodzakelijk.
Die dag konden we niet terecht voor vergunningen, op welke dagen het restaurant gesloten is was niet helemaal duidelijk, volgens mij wisselt dat wel eens. Wij gingen dus maar naar 'Pierre' voor vergunningen. Onderweg zagen we dat achter in de zuidarm aardig wat stekken bezet waren, daar zaten voornamelijk Fransen en Duitsers. Rien en gár nichts was het algemene beeld. Vanuit de auto hadden we iemand een vis zien terugzetten op 'Kevin Ellis' in de west-arm, de overige plekken in de west waren ook allemaal bezet. Dat het druk was in de westarm is zwak uitgedrukt. In mei zou het paaigebeuren daar plaatsvinden. Sommigen hielden zelfs al vanaf februari de plekken bezet, zodat hun 'vismaten' die over kwamen vliegen tegen betaling een goed lopende stek konden innemen.
Bij 'Pierre' aangekomen bleek ook dit café gesloten, maar met een half uurtje zou hij er zijn dus dan konden we wel een vergunning krijgen. Aangezien een Frans demi-heure meestal langer duurt dan in Nederland besloten we eerst de tenten op te zetten. Toen ik daarna terug ging voor de vergunningen kreeg ik weer 'férmer' en 'closed' te horen. Dan maar een dag later.
We waren in ieder geval verrast dat het centrale gedeelte zo rustig was, want voordat de vis in de westarm kwam moesten ze eerst hier langs. Wij kozen voor de zuidkant van centraal, waar enkele punten een eind het water in lopen. Door de felle zon kon je de bodemstructuur goed zien.
De eerste avond spendeerden wij aan het verkennen van de stekken. Eigenlijk het gehele centrale gedeelte. Op de strategisch interessante plaatsen voerden we alvast wat boilies, ook bij de brug, waar toen niemand zat. Er was veel witvis actief op de ondiepe stekken, een goed teken.
|
Centraal.
De plek waar we de tenten hadden neergezet was net boven een 17 m diepe geul, in die geul zat zelfs een kloof (of een put) van een meter breed met een diepte van 45 meter. Je zult er maar per ongeluk in vissen!
Om ieder een goede stek te kunnen bevissen was al snel duidelijk dat we uit elkaar zouden gaan zitten. Op die manier konden we beiden een aantal hengels kwijt. Het plateau dat recht voor mij lag bood mijns inziens ruimte om met twee hengels te vissen. Op deze stek werd meestal met acht hengels gevist. Door uit elkaar te gaan zitten werd de lijndruk geminimaliseerd. Ook konden we zo een breed gebied bevoeren. Met walkie talkies bleven we in contact en als de hengels op de kant lagen zou er genoeg gelegenheid zijn om even samen te eten of koffie te drinken.
De volgende dag beschikten we over een vergunning en na de nodige slaap konden we aan vissen gaan denken. Om te beginnen maakte ik vier de hengels klaar. Eén diep, één naar de brug en twee op de zijkant van het plateau om op verschillende dieptes vis te kunnen onderscheppen.
|

“Cassien centraal...“ |
De achterkant van het plateau liep bijna loodrecht af naar een meter of 12 en die rand lag helemaal vol met rotsblokken, daar viel niet te vissen. De zijkanten liepen meer geleidelijk af en aan de rand van het wier ving ik die avond de eerste vis, een spiegel van 22 pond, een hommer. Het was in de dichte mist erg lastig om de kant terug te vinden. Tijdens de dril van een vis draai je al snel een paar keer om je as (de boot dan hè) en weet je niet meer waar je bent. Ik had een kaars branden op de oever maar die zag ik niet meer. Een fietsachterlicht was handiger geweest. Op een dergelijk moment is het water ineens heel erg groot. Doordat ik de contouren van de bergen goed had opgeslagen kon ik de weg terug vinden. Later leerde ik in het donker met behulp van de dieptemeter terug te varen.
De volgende vis kwam van de brug. Er waren twee Duitsers op de brugstek gaan zitten dus die hengel opnieuw uitvaren was geen optie. Het was erg frustrerend om te zien dat ze het plateau niet ten volle benutten. Sterker nog, het leek wel of ze niet eens wisten dat het er lag! Maar dan nog, de brugstek bestaat uit meer dan het plateau bij de derde peiler. Verder uit de kant zijn nog meer glooiingen te vinden. De Duitsers visten alleen maar aan de binnenkant van het plateau. Op het moment dat er aan beide kanten van de brug gevist wordt trekt de vis om het plateau heen. Alleen als de linkerkant vrij is komt er vis onder de kant door. De Duitsers wisten op hun manier één vis te vangen. En die kwam nog van de hoek naar de westarm ook. Tot het einde van hun sessie… De laatste twee nachten visten ze met één hengel aan de achterzijde van het plateau. Dat leverde vervolgens twee veertigers op.
Wij hadden nu eenmaal gekozen voor de andere kant van het centraal en tot dusver hadden we de meeste vissen gevangen in de buurt, ik geloof vijf of zes. Dus niets te klagen, hoewel, het waren allemaal kereltjes. O.k. wel tot 16,5 kilo, maar op het midden sprongen toch een paar vetkleppen, ze zaten er wel. Op de plaats waar de grote vissen sprongen was het meer dan 20 meter diep, en geen ondiep stuk in de buurt. Ik heb zelfs een zig-rig geprobeerd, maar helaas, we waren te vroeg. Een paar weken later zou het kinderspel zijn om ze te vangen.
|
De brugstek, ontmoetingsplek.
De laatste dagen van deze trip hebben we gezamenlijk op de brugstek gevist. In twee dagen vingen we meer dan onze freunden in een hele week, dat was dan wel weer leuk, maar van zwangere dames geen spoor. Gelukkig zaten er wel erg mooie vissen bij. Toen onze Franse buurman die links van de brug zat uit frustratie zijn hengels onder de brug door vaarde (!) om op onze plekken te kunnen vissen was het snel afgelopen met de pret. Deze man was trouwens aan het vissen met een no- hooking rig, de onderlijn verliet aan de verkeerde kant het oog van de haak. Bon Pêche!
Het vissen op de brug heeft ook zijn leuke kanten. Zo kwam Huub Stapel nog proefritje maken in de nieuwste jaguar. De crew van ‘stapel op auto's’ was twee dagen door Zuid-Frankrijk aan het toeren met deze auto en wat is een mooiere plek voor opnames dan de oevers van Cassien? |

“Cassien brugstek...“ |
Cassien heeft op heel veel mensen een grote aantrekkingskracht. Van dagjesmensen uit de omgeving tot karpervissers uit heel Europa. De Duitsers herken je meestal aan hun banana-boot. (portaboat) De Oostblokkers herken je aan hun overvolle boten en de Engelsen aan hun gevloek. Met de Italianen en Spanjaarden valt geen zinnig woord te wisselen dus daar ben ik snel over uit gepraat. De Fransen zelf zijn een verhaal apart, je herkent ze aan hun fluorescerende lijnen, liefst in vier verschillende kleuren, met bijpassende swingers en oortjes op de piepers. Ze vissen het liefst pal naast je en als ze niets vangen voeren ze nog wat maar wat bij. Er zijn wel uitzonderingen hoor, zoals Gerard die uitsluitend met singles vist. Hij heeft op die manier, terwijl hij ondertussen bootjes aan het opknappen was, al aardig wat vissen gevangen. En we zijn zelfs sympathieke Duitsers tegengekomen! |

“Cassien spiegel...“ |
Juist als je bij de brug aan het vissen bent komen er veel mensen langs, vooral in de westarm waren ze in onze vangsten geïnteresseerd. Kwamen de karpers al? Na de laatste bonte avond met een internationaal tintje werd het weer tijd om te gaan, ik vond het best, allebei een dertiger, tien vissen totaal. Geen megavangst, maar gezien de omstandigheden en de vangsten van de overige aanwezige vissers niet slecht. Negentig procent van de karpervissers ging zonder vis naar huis. |
Hengeldruk en dieptes.
De effecten van hengeldruk zijn direct merkbaar, zoals op het moment dat er iemand "naast" mij kwam vissen toen ik op Centraal zat. Een visser ging op de hoek naar de zuidarm vissen, een paar honderd meter verderop, maar het was meteen afgelopen met de vangsten, die toch al niet rap achter elkaar kwamen. De hoeveelheid lijnen die in het water lagen en de bijbehorende markers hadden daar zeker mee te maken. Het gebruik van markers is af te raden, maar soms zijn ze helaas noodzakelijk om het gebied waarbinnen je vist af te bakenen. Als het lukt om mondelinge afspraken te maken met je buren over de stekken dan hoeven er geen markers meer te water en dat komt de vangsten van beiden ten goede.
Een manier om dressuur te vermijden zou het vissen op grote dieptes zijn. Dat wordt door veel vissers geprobeerd maar mijn ervaring was dat de karpers in principe op alle dieptes vangbaar zijn, maar het merendeel van de aanbeten kwam tussen de 4 en 8 meter diep. Ik heb karpers gevangen tussen 3 en 12 meter diep. Dit kan hartje zomer of winter weer anders zijn. Net als de aastijden die variabel zijn. |
Voorspel.
Aanvankelijk zouden we eind oktober weer gaan, maar het werd meteen na de opening van het nachtvisseizoen. Dat is de tweede zaterdag in september. Waarschijnlijk is het dan superdruk, maar ja dat dachten we met de Pasen ook en toen waren er ook genoeg mogelijkheden om te vissen. Ik had nu wat langer de tijd om de spullen in te pakken. Ongeveer drie weken van te voren begon ik al met inkopen doen. Als gewichtsbesparing haalden we water en drinken ter plaatse. Om er voor te zorgen dat de reis zo aangenaam mogelijk verliep lieten we alle overbodige rommel thuis. Dit was ook nodig zodat alles in de boten kon tijdens het verkassen. Tijdens de vorige sessie viel het mij op dat ik na twee dagen al een volle vuilniszak met afval had. Dit bestond vooral uit verpakkingsmateriaal. Bijvoorbeeld het karton wat om een kant-en-klaar maaltijd zit. Koekjes zitten vaak ook belachelijk verpakt. Na een half uurtje had ik thuis een volle vuilniszak met plastic en karton dat was weer een aardige ruimtebesparing. Op die manier liep ik mijn hele uitrusting langs. Alle tasjes en foedralen bleven thuis. Daar vang je geen vissen mee.
Om flexibel te kunnen omgaan met de stekken namen we alleen losse steunen mee. Op de plekken waar ze echt niet de grond in konden maakten we driepootjes. Een aluminium steunenset is lichter om mee te nemen en bied meer mogelijkheden tijdens het vissen als een rodpod. Nadeel is de stabiliteit, maar er liggen genoeg stenen langs de oever om een en ander te verankeren. Het is ook verstandig om zulke stenen op de binnenrand van je tent te leggen. Je komt er vanzelf achter waarom als het gaat waaien. Een set stevige haringen met schroefdraad is ook een must. Een rubber hamer of eventueel een steen kan nodig zijn om ze in de rotsbodem te slaan. |

“Cassien helicopter...“ |
Alle spullen moeten waterdicht ingepakt zijn. De reiskleding laten we achter in de auto tijdens het vissen, zo zijn we verzekerd van droge kleren op de terugreis, wat er ook gebeurt. Bij aankomst trekken we onze viskleren aan die tijdens de reis in een waterdichte ton zaten. In deze ton was vervolgens weer plaats voor de waardevolle spullen en papieren. Door hier van te voren al over na te denken kun je een hoop ellende voorkomen.
Door tijdig je spullen in te pakken weet je zeker dat je niets vergeten bent. Van alles moet je jezelf afvragen of je het gaat gebruiken. Het kan ook geen kwaad om een aantal onderlijnen te knopen. Een Routeplanner printen, het zijn gewoon een heleboel kleine dingen die je wel even moet doen. We namen Cranberry Shellfish boilies in 15mm en 18mm mee om te voeren en van de overige soorten ook een zakje om instant te proberen. De hoeveelheid boilies die wij gebruikt hebben is ongeveer 10 kilo per persoon per week. Dit heb je nodig als je ook af en toe een plek wilt aanvoeren voordat je er gaat vissen. Bij het haakaas volstond het bekende 'handje' boilies. Het leek niet uit te maken of je 10 boilies of een halve kilo bijvoert, als een vis het vind dan vang je hem. Daarnaast namen we ook wat tijgernoten mee, maar dat had niet zo veel zin vanwege een exoot die tot plaag is uitgegroeid. Niet dwergmeerval of black bass, maar schildpaden eten tijgernoten.
Een paar dagen voor vertrek zag ik nog een paar grote vissen zwemmen op mijn najaarswater waaronder een vis die al een paar jaar niet was gevangen, dan gaan mijn handen jeuken, maar dat was voor later. Cassien, daar moest het gaan gebeuren. |
De opening.
Bij de brug zaten twee Belgen, ze hadden al een paar vissen, maar kleintjes. Vanwege verplichtingen konden wij niet eerder gaan, maar deze Belgen waren zo slim geweest om al voor de opening van het nachtvisseizoen te gaan. Als je een van de topstekken wilt bevissen kun je dat zo proberen natuurlijk. Het waterpeil stond nog steeds laag. Wij gingen achter in de zuidarm zitten, het was er rustig (lees; niemand). De eerste twee dagen na de opening waren er al aardig wat dikke vissen (20-25 kg) gevangen zo hoorden we, maar steeds maar een per stek. Later blijkt de helft hiervan gelogen te zijn, ik was getuige van het fotograferen van een zogenaamde 20 kilo vis. Toen deze vis een paar dagen later ineens 25 kg woog begon er een lampje te branden. Laat ze maar. |
De tafel.
Wij zitten bij het roodwitte bord dat het reservaat markeert, daar wordt de Zuidarm steeds ondieper en is het een wirwar van geulen en richels op de bodem. Aan de overkant liggen een aantal uitlopers/plateaus en voor mijn neus ligt 'de tafel' Het duurde ff voordat ik die vond want ik wist niet precies waar die lag. Het is een soort verhoging op een richel. Deze hele richel levert trouwens vis op, omdat deze dwars op de zwemrichting van de vis ligt. In eerste instantie viel mijn oog op een veel groter plateau met een diepe geul ernaast. Deze lag echter in de lengterichting van het water en het lukte niet om hier vis te onderscheppen. Datzelfde was ook het geval bij electric point, waar we later heen verkasten, het plateau dat haaks op de oever ligt was de hotspot, het diepe stuk evenwijdig aan de oever was slecht.
Edwin verspeelde de eerste vis, extra zuur was het omdat dat de enige echt grote vis die hij er aan heeft gehad die sessie. De volgende vis die hij ving was misschien vijf pond. Een schrale troost.
Het was duidelijk dat de vis uit het ondiepe weg trok. Vele vissen rolden en sprongen tijdens de eerste nacht rechts van ons. Ik was nog behoorlijk gaar van de reis en had alleen nog maar het plateau evenwijdig aan de oever bevist, links van mij. De tweede dag sprongen de vissen recht voor onze neus. Tijdens het uitvaren met het vallen van de avond sprong er een vis een paar meter achter mijn boot. Even terug varen, droppen, half uurtje later een run. Het werd een hectische nacht met elf runs. Twee dertigers en twee twintigers er bij, de rest was onder de 15 pond. Hoeveel vissen moet je vangen voor een veertiger? Ik dacht dat dit Cassien was.
We besloten overdag niet te vissen, er moest trouwens nog inkopen gedaan worden. De dag van aankomst was de supermarkt gesloten dus daarom gingen we wat later. Het vervelende was dat het grote hek van de parkeerplaats bij 'Gerard' gesloten was. De supermarkt was open, maar we konden er niet met de auto heen. We moesten noodgedwongen op rantsoen. Gelukkig kreeg ik van een andere visser een pak water.
Het was deze dag dat ik een sms-je kreeg met de mededeling dat een grote Nederlandse vis in twee dagen tijd twee keer was gevangen. De maanden daarvoor was hij er niet uit gekomen. Er werd flink gevist en ik had ook al verschillende pogingen ondernomen. Ik zat dus net drie dagen in Frankrijk en dan komt hij er uit. |
Rigs, lood en...
Op de minder obstakelrijke stekken gebruik ik het liefst mijn favoriete onderlijn van fluorcarbon. Bij meer obstakels en op grotere afstanden kies ik voor een onderlijn van quiksilver en in plaats van lood gebruikten we stenen aan een breeklijn. Daarvoor gebruik je platte stenen van één of twee kilo en een breeklijn van 20 honderdste. Op het moment dat een karper wegzwemt komt de steen los met als gevolg dat de karper omhoog zwemt. Zo is de hoofdlijn sneller van de bodem en de kans op verspelen kleiner. In veiligere situaties is een stuk lood van 100 tot 150 gram prima. Over het algemeen gebruik ik haakmaten 4 tot 8, dat ligt aan de maat van het aas.
De dwergmeervalletjes zorgden in het najaar voor wat narigheid. Doordat mijn onderlijn tot een grote wirwar was gemaakt verspeelde ik een vis. Ik moest afstappen van een standaardonderlijn, stiffrigs waren de enige mogelijkheid om te kunnen vissen. Hier had ik met de voorbereiding rekening mee gehouden en ik had een stuk of tien stiff-rigs klaar voor gebruik. Dat was wel handig tijdens die hectische nachten. Met stiff-rig bedoel ik ook echt stiff, geen combi rig. Stel je voor een stuk Amnesia van tien cm lang, een haak maat 2 en een lus bij het lood als scharnierpunt. Het ziet er heel lomp uit, maar het is effectief. Op de hair probeerden we eerst een combinatie van een boilie met een tijgernoot, maar ook de tijgernoten waren niet veilig. Later bleken hier schildpadden voor verantwoordelijk te zijn. Een enkele, grote, uitgeharde boilie was toch de beste oplossing. Om wat voor de karpers over te laten dekte ik de tafel met een paar kilo boilies ineens. Daar heeft toen een verschrikkelijke schranspartij plaatsgevonden. Bellen en kolken te over.
Die avond sprong de vis wat meer naar links en in mindere mate, maar met de duisternis kwam toch de eerste vis. Er was minder actie die nacht, maar nog steeds vier karpers geloof ik. In de ochtendschemer kreeg ik beet en nadat ik eerst even vast zat werd duidelijk dat dit wel eens een serieuze vis kon zijn. Je herkent ze eigenlijk omdat ze helemaal niet vechten, het lijkt wel alsof ze niet doorhebben dat ze gehaakt zijn en gewoon rustig over de bodem zwemmen. Op een moment leek ik lijn te winnen, maar op de dieptemeter zag ik dat het gewoon een stukje ondieper werd, de vis kwam nog geen centimeter van de bodem af. Een paar meter verder werd het dieper en langzaam werd mijn hengeltop verder onder water getrokken.
Uiteindelijk kwam de vis los van de bodem en kwam ze in zicht. Die bouw, een two-tone, het leek wel de vis die Bram had. (Twee jaar terug) Later bleek dit niet zo te zijn, maar de bouw en het gewicht van de vis kwamen wel overeen. Deze karper woog in ieder geval 45 pond. Terwijl ik de vis laat bijkomen in de bewaarzak en zelf ook even ging zitten ving Edwin nog een spiegeltje. Na een aantal foto's en een stukje film kwam toen het mooiste moment, het terugzetten van de vis. |
Verkassen.
Intussen was het niet onopgemerkt gebleven dat wij leuk aan het vangen waren. Rudolf kwam daar een eind aan maken. Met nog drie andere kameraden Helmut, Günter en Gregor (of iets in die geest) trok hij ten strijde en omsingelde ons. Met als resultaat dat wij, maar hun ook, niets meer vingen.
Tijd om te verkassen. Terwijl ze nog lagen te slapen vertrokken we stilletjes. In recordtijd braken we alles af, er waren namelijk wat stekken vrijgekomen verderop in de Zuidarm en voor je het weet is iemand je voor. Dan is het handig dat je niet te veel hebt meegenomen. Alle spullen evenwichtig inladen, zeiltje er over, touw erom en op volle kracht er vandoor.
Toen Rudolf later wakker werd ging hij ook maar verkassen. Heel even leek het er op dat hij naast ons wilde zitten, maar hij verdween richting Noord. |

“Cassien zuidarm...“ |
Obstakels.
We besloten tegenover electric point te vissen aan de kant van de restaurants. Deze stek is behoorlijk obstakelrijk. Maar dat is geen probleem om er te kunnen vissen. De aanwezige obstakels bestaan vooral uit kleine rotsblokken en boomstronken. Het is een illusie om te denken dat je door de hengels hoog op te stellen of door piepschuim ballen te gebruiken uit de obstakels kunt blijven. Bij iedere aanbeet kom je vast te zitten, soms op meerdere plekken. Als je meteen druk zet gaat de vis zich hevig verzetten en komt alleen maar erger vast te zitten. Door zo snel mogelijk in de boot te stappen en met gebruik van de elektromotor richting vis te varen valt het best mee. Als je jezelf maar niet naar de vis toetakelt en de lijn alleen op spanning houdt. Soms springt de lijn vanzelf weer vrij op het moment dat je boven een obstakel bent. Als dit niet zo is vaar je bijvoorbeeld eerst linksom de denkbeeldige paal. Zit er geen beweging in dan probeer je het langs de andere kant. Komt de lijn zo niet los dan kies je de kant waar je de meeste speling voelde en daar ga je verder klooien. Als niets lukt rest altijd nog brute kracht. Daarvoor is een werkhandschoen erg praktisch. Die moet je eigenlijk standaard in je boot hebben, net als een onthaakmat, weighsling en een net. Om lijnen los te trekken en eventueel om een grote meerval te landen. Deze beesten worden geregeld op boilies gevangen, en niet alleen op vismeel! Die keren dat de boel zo hopeloos vast zat dat ik de lijn met een handschoen moest lostrekken was de vis al van de haak. Meestal vind je dan stukje hout op de haakpunt. Zolang de vis nog aan de haak zat kwam hij telkens weer los. Het komt ook voor dat je vastzit aan een oude lijn. Er liggen vele kilometers lijn op de bodem. Zo visten er een paar Franse jongens op een heel steile stek in de westarm. Een vergeten hoekje, daar kregen ze twee runs. Dat was wel leuk voor ze, zonde alleen dat een van hun piepers niet aan stond, weer een spoel leeg. De hoeveelheid lijn die op de bodem van Cassien ligt is echt onvoorstelbaar. Voordat je gaat vissen is het verstandig om eerst even te dreggen. Zo vond ik een lijn waarvan het inline lood dertig meter uit de kant vast zat en de rig honderd meter verder uit de kant lag. En een stuk gevlochten kabel dat dwars over onze stek gespannen stond. Ik heb zelfs lijnen met een doorsnee dikker dan een millimeter gevonden, met daaraan een haak geschikt om haaien te belagen. Deze waren niet bedoeld voor meerval, maar voor karper, want er zat netjes een hair aan bevestigd.
De ergste rig die ik gevonden heb was een regelrechte killer, geen safetyclip, maar een helikopterbevestiging en daar achter een voorslag van slechts een meter gevolgd door een piepschuimbal aan een zijlijn, stevig vastgezet met een draadstopper. Dat geheel werd gevolgd door 20 meter nylon. Dit soort systemen zijn volkomen overbodig en gevaarlijk zoals ik al heb duidelijk gemaakt. Ik begrijp echt niet dat dit vandaag de dag nog wordt gebruikt. |
Hoogspanning.
Onder de draden, een plek die angst inboezemt, vanwege het constante gezoem. De weg die achter ons loopt en de everzwijnen die in het vuil van de dagjesmensen scharrelen. Het kan niet goed voor je zijn om langdurig onder de draden te zitten. De radio doet raar en mijn delkims slaan op hol. Door mijn hengels te aarden met een bankstick houdt het gepiep op. Uiteindelijk blijken ze in de min-stand geen vreemde signalen meer uit te zenden. Ik zit dus onder de elektriciteitsdraden en Edwin een punt terug, dichter bij 'Gerard'. Precies een jaar eerder werd Banana hier gevangen. Dat beloofde een spannende nacht te worden. Ik had mijn hengels nog niet lang in liggen voor ik beet kreeg. ‘Zou het?’ Nee, een spiegeltje dat tijdens de dril de kant op vlucht. Heel irritant door een andere lijn heen. De grote vissen zijn wat dat betreft veel voorspelbaarder en veel makkelijker om te drillen.
Een live bandje speelt tot diep in de nacht in een van de restaurants. Een van hun nummers heet Banana, een voorteken? Even later vang ik weer een vis die ik in de boot al onthaak. De haak is nog bot ook en mijn accu leeg. Om het nog erger te maken springt er een enorme karper ergens boven de oude rivierbedding. Daar waar het rechte stuk weer begint na het grote eiland. De klap dreunt nu nog na in mijn herinnering, zo een plons was het. Edwin, die honderd meter verderop zat had het ook gehoord. |

“Cassien electric...“ |
Dat was het laatste teken van grote karper, hoewel, ik was de stek wat beter aan het bekijken met mijn dieptemeter toen ik iets zag drijven. Ik dacht in eerste instantie aan een lijk, maar dat maak je natuurlijk maar een keer mee. Het was dit keer niet menselijk, maar een karper die in een bewaarzak ronddobberde. Omdat de vis mooi rechtop lag ging ik er van uit dat hij nog leefde. Langzaam liet ik mij afdrijven naar de zak. Boven de vis aangekomen tilde ik hem in een beweging in de boot. Wat een gewicht! Maar dood. Toen we de vis in de bosjes aan de vliegen over lieten was het formaat van de vis goed zichtbaar. Hij moet rond de 35 pond hebben gewogen. Niet dik, maar een flinke knik achter de kop en een brede rug. Eeuwig zonde.
Na een blank kwam Edwin naast mij vissen, er was ruimte genoeg en ik wilde toch wat nieuwe plekken bevissen. Een van de eerste vissen hier ving scheet de mat vol met Cranberry Shellfish. Ik viste nu ook wat dieper tot ongeveer elf meter. De eerste diep gevangen vis kwam ook niet boven de 10 pond uit. Op deze stek weet Edwin nog een twintigponder te vangen maar voor de rest komt er niets van formaat meer uit. Het is stukken minder als de eerste dagen, maar iedere nacht gebeurt er nog wel wat. En dat kon je van de andere stekken in onze omgeving niet zeggen. Voor zover wij weten kwam er bij de brug ook nog regelmatig vis uit en van twee Nederlanders die hun kans in de noordarm waagden horen we later dat de oude weg ook vis opleverde. Voor de rest werd er bar weinig gevangen. Het was druk. Tenten rondom. Van de Fransen die aan het trainen waren voor een enduro begreep ik dat het nu nog rustig was. Wie is er nu gek? |
Alleen ’s nachts.
Overdag hebben we nauwelijks gevist. De maanden voor de opening van het nachtvisseizoen was de vis voornamelijk overdag belaagd, hierdoor waren de aastijden weer naar de nacht verschoven. Overdag wist de vis zich gedurende drie maanden veilig als er geen lijnen en boeien te water lagen. Zolang niemand anders overdag een vis ving had het voor ons ook niet veel zin om overdag te vissen. In de nachtelijke uren viste ik dan soms ook nog maar met twee hengels. Op het moment dat we de hengels 's ochtends langer in lieten liggen resulteerde dat de volgende nacht in minder of geen actie. Een flinke mistral zal de vissen overdag echt wel tot azen aan kunnen zetten, maar daar was eind september geen sprake van. Hoewel je wel rekening moest houden met de wind die iedere paar uur 180 graden draait. Net zoals je met de opstelling van je tent rekening moet houden met beekjes die gaan stromen al het regent. De talrijke strandjes zien er mooi uit om te verblijven, maar veranderen in een kleine delta bij regen.
Overdag was er dus tijd om te luieren, veel anders kon je niet doen in de hitte. Met de eerste zonnestralen verschenen ook de eerste dagjesmensen. De kano's en waterfietsen kwamen vlak onder de kant langs en zorgen alleen maar voor ergernis als je lijnen nog uit zouden staan. Beter is het om gewapend met verrekijker op je stretcher van het uitzicht te genieten. Een fluitje is ook handig als mensen dreigen een marker te verslepen. Dat maakt wat meer indruk dan gewoon schreeuwen. We zitten de tijd uit met het luisteren naar Rivièra radio, de enige zender met muziek. Op de meeste Franse zenders is vooral veel geouwehoer en als er muziek is dan zijn de teksten uitsluitend in het Frans. |
Overweging.
Aan het einde van de derde trip werd me duidelijk dat dit waarschijnlijk de laatste keer was. Ondanks het stijgende waterpeil leek het stuwmeer met de dag kleiner te worden. Wederom maakte het de laatste dagen van de sessie allemaal niet zoveel meer uit. Het gevoel dat er ieder moment een grote vis uit kon komen verdween naar de achtergrond. We hebben natuurlijk wel een topsessie gehad met 24 karpers, zoveel aantallen zullen in de nabije toekomst steeds vaker gevangen gaan worden. Maar het gemiddelde gewicht van de vissen die je vangt is een stuk lager dan een paar jaar terug. Ook neemt het aantal topvissen rap af. Zo las ik in de ‘rüte en rolle’, zeg maar de Duitse Beet, dat er 150 tot 200 veertigponders zouden zwemmen. Dit durf ik sterk te betwijfelen. Door voedselconcurrentie, natuurlijke sterfte en het slecht omgaan met gevangen vissen blijven er steeds minder grote vissen over. Het wordt steeds moeilijker om tot de topvissen door te dringen en daarom ben ik ook best tevreden met de grootste vis van de sessie, een nieuw persoonlijk record voor mij. Ik ben er ook van overtuigd dat de boilies hebben bijgedragen aan het succes. Het was de eerste keer dat ik hier met Ocean Fresh boilies viste en meteen werd het de beste sessie die ik er meemaakte, met als hoogtepunt een nacht met elf runs. |

“één uit nacht van elf runs...“ |
Het was prachtig om op een water als Cassien mee te maken hoe het is om een nacht niet te slapen door de runs, maar de karpers die we steeds voorbijgereden zijn wil ik toch ook een kans geven. Tijd voor een nieuwe uitdaging.
|
| Jeroen Houdijk. |
|
|